Geschiedenis

Herengracht 250 te Amsterdam
Bewoond door Gijsbert de Clercq (1783-1851) vanaf 1816 en diens eigendom vanaf 1821; in 1848 overgedaan aan diens zoon Pieter de Clercq Gzn (1807-1879); verkocht na het overlijden van diens weduwe Aaltje Stinstra, in 1891

Herengracht 252 - 250 - 248


Vanaf 1816 werd dit pand bewoond door echtpaar Gijsbert de Clercq (1778-1851) en Maria de Clercq (1783-1821), tot 1819 samen met Maria’s moeder Isabella Stinstra. Zij huurden het van Gijsberts compagnon Jan Bosch Gerritsz.

In maart 1821 overleed Maria, waarna een inventaris werd opgemaakt van de inboedel. Twee maanden na haar overlijden kocht Gijsbert het pand van zijn compagnon, voor fl. 15.000.

Gijsbert hertrouwde in okt. 1823 met Jacoba Ising. Zij bleven wonen aan de Herengracht, tot Gijsbert in 1835 het kantoor overdeed aan zijn zoon Pieter en het echtpaar verhuisde naar Voorst, bij Zutphen.

Pieter was op dat moment nog ongehuwd en woonde in zijn ouderlijk huis. Hij trouwde in maart 1838, op 30-jarige leeftijd, met zijn achternicht Ake (Aaltje) Stinstra. 
Het huis kreeg hij pas tien jaar later in eigendom, na het van zijn vader voor 18.000 gulden te hebben overgekocht.

Op latere leeftijd kreeg Pieter een beroerte. Hij herstelde, maar om geen trappen te hoeven beklimmen, besloot het echtpaar te verhuizen naar het ouderlijk huis van Ake, Zilverstraat 16 in Franeker. Hier overleed Pieter, op 13 nov. 1879.
Ake verhuisde vervolgens terug naar haar kinderen en betrok weer Herengracht 250, waar zij woonde tot haar overlijden in 1890.
Haar erfgenamen verkochten het pand, maar schonken voordien het bijzondere plafond in de woonkamer, geschilderd door Jacob de Wit, aan de stad Amsterdam.

Herengracht_250_-_plafond-l.jpg

Plafond 'De dageraad verdrijft de nacht' en in de hoekdelen 'De vier jaargetijden', door Jacob de Wit, 1744


Tegenwoordig is het plafond geplaatst in de blauwe kamer van Museum Willet-Holthuysen (zie filmpje)

Nieuws