Geschiedenis

Naamloze buitenplaats te Bennebroek
Eigendom van Levijna de Clercq († 1652), wed. Abraham Ampe

Abraham Ampe († 1633) was bij leven eigenaar van landerijen in Bennebroek, waarvan delen in gebruik waren als blekerij. In juni 1632 verkocht hij een blekerij aan de predikant Gerardus Leeuwius. Over deze koop zijn echter problemen ontstaan, waarvan de aard niet duidelijk is, maar die uiteindelijk zijn opgelopen tot aan de Provinciale Raad van Holland.

Na het overlijden van Ampe heeft Levijna de onderneming van haar echtgenoot voortgezet en het bezit in Bennebroek uitgebreid. In 1637 kocht zij een blekerij aldaar, een jaar later nog een daarbij horend huis met bomen en aanvullende stukken land. Andere gronden nam zij in erfpacht, waarop zij een tweede blekerij stichtte.

In mei 1634 hadden Levijna en haar kinderen hun hofstede in Velsen verkocht. Maar kennelijk was er toch nog behoefte aan een plek om zich te kunnen terugtrekken, vanuit hun huis in de Haarlemse Kruisstraat. Op een uithoek van haar bezittingen in Bennebroek liet Levijna een herenhuis bouwen en heeft zij een kleine lustplaats gecreëerd. Hierover is niets naders bekend, maar toen Levijna in de zomer van 1652 was overleden en haar erfgenamen op 1 januari 1653 het onroerend goed in Bennebroek verkochten, bestonden deze uit:
a) ‘een woninghe ofte boomgaert met een nieuw welbetimmert huijs met verscheijdene schone vertrekken en stallingen’, met een perceeloppervlakte van circa 5200 m2
b) ‘een bleijckerij mette huijsinge nevens de voorseyde woning’, groot ruim 3 hectare; in gebruik bij Bastiaen Cornelis. Hierbij hoorden bovendien een bos, groot ca 0,85 ha en beplant met elsen, waarvan het hout zou toekomen aan de koper
c) ‘een bleeckerij met de huijsinge gelegens nevens de bovenstaande percelen’, groot ca 4,6 hectare waarvan echter 2,5 hectare in erfpacht; in gebruik bij Daniël Cambij

Het geheel werd voor 16.382 gulden verkocht. De kopers waren, hoewel de percelen in Haarlem publiek waren geveild, geen onbekenden. Deze waren namelijk, elk voor de helft, Grietie Philips (van Maseyk), weduwe van Gerrit Kinckuysen, en haar dochter Engeltie Kinckhuysen, ofwel de moeder en jongere zuster van Levijna’s schoonzoon Gerrit Kinckhuysen (c1610-1666), die getrouwd was met Elisabeth Ampe.

Op een ‘Grondkaart van de heerlijkheid Bennebroek’, door F. Tromp uit 1659, staat aangegeven waar de blekerijen en aanhorigheden van de dames Kinckhuysen waren gelegen. Dit biedt ons de mogelijkheid om ook op een grotere en meer gedetailleerde kaart, uit 1643, de bezittingen van Levijna de Clercq te lokaliseren.

Detail van de kaart van de heerlijkheid van Heemstede, door Balthasar Florisz van Berckenrode, 1643 [coll. Noord-Hollands Archief]. Ingetekend zijn de vermoedelijke grenzen van het bezit van Levijna de Clercq


Wanneer we nog verder op deze kaart inzoomen, dan zien we ook de "boomgaert met een nieuw welbetimmert huijs met verscheijdene schone vertrekken en stallingen". 


Deze hofstede was in Bennebroek gelegen in de hoek van de huidige Schoollaan en Zandlaan.

 

Nieuws