Geschiedenis

Garenrust, aan het Spaarne, buiten Haarlem
Eigendom van Christina de Clercq, wed. David de Neufville (1697-1765), van 1746 tot 1762.

In juni 1746 kocht Christina de Clercq, dan sinds een halfjaar weduwe van David de Neufville, een buitenplaats, genaamd Garenrust, aan het Zuider Buiten Spaarne. Hier waren vele grote en kleinere buitens gelegen, waarvan een opvallend groot aantal eigendom was van rijke doopsgezinden, uit Haarlem en Amsterdam.
In de transportakte wordt de plaats omschreven als “een tuin met stalling, verdere getimmerten, bepotingen en beplantingen, ten noorden van de Lustenburgerlaan en ten westen van De Leystar”. Deze korte omschrijving doet een eenvoudigere opzet vermoeden dan de plaats in werkelijkheid moet hebben gehad. Want met een koopprijs van 14.000 gulden behoorde het tot de duurdere buitens in deze omgeving. Bovendien was de vorige eigenaar Willem Philip Kops (1695-1756) een zeer vermogende, ja doopsgezinde koopman in linnen en garens en eigenaar van een garentwijnderij te Haarlem. Zijn rijkdom spreekt ook uit het statige portret dat hij in 1738 door Frans Decker liet maken van hem en zijn gezin. Rechts zien we in de achtergrond een groot gebouw, in een landelijke omgeving. Zou dit zijn buitenplaats Garenrust zijn? Dat valt niet te zeggen; het kan evengoed een gefantaseerde voorstelling zijn.

Willem Philip Kops, met zijn vrouw en kinderen, door Frans Decker, 1738. Coll. Rijksmuseum Amsterdam


Een iets groter ‘waarheidsgehalte’ heeft wellicht de volgende voorstelling. Op 22 september 1745 vierden Willem Philip Kops en zijn echtgenote Johanna de Vos hun koperen bruiloft. Ter gelegenheid daarvan verscheen een bundel huwelijkszangen, met bijdragen van verschillende dichters, waaronder Pieter Langendijk. In zijn ‘Veldzang’ komt tweemaal “Garen rust” als woordspeling voor. Maar het gaat ons om de “Uitlegging van het zilver bruilofts tafereel”, een gravure van Jan Punt. Wanneer we deze nader bekijken zien we ook hierop, in de achtergrond, een herenhuis. Dit gaat weliswaar grotendeels achter loof verscholen, maar we herkennen de entree aan de tuinzijde, met voor die ingang een beeld op een piedestal.

Detail van een gravure van Jan Punt, voor de bundel huwelijkszangen t.g.v. de zilveren bruiloft van Willem Philip Kops en Johanna de Vos, op 22 sept. 1745


Zoals ook bij veel van de andere buitenplaatsen aan het Spaarne stond dit huis dicht aan het water. Twee maanden nadat Christina de plaats kocht, heeft ze namelijk aan het Hoogheemraadschap van Rijnland toestemming gevraagd - en gekregen - om in het Spaarne een dam te leggen, om haar kelder te repareren.

Ruim zestien jaar heeft Christina de plaats in eigendom gehad. In september 1762 verkocht zij Garenrust aan Pieter Vermeulen, stadssecretaris van Haarlem en in latere jaren ook een aantal malen burgemeester van de stad. Bij de koop waren inbegrepen de roerende goederen, waaronder de tentschuit met glazen en verdere toebehoren, zoals de tuinsieraden (beelden) en stenen tuinbanken.
Vermeulen deed de plaats al in 1769 over aan zekere Clara Jacoba van der Holst. Voor het eerst krijgen we, in de veilconditiën, een uitgebreide beschrijving van de plaats. Deze noemt het: “Een vermakelijke en welgelegen buitenplaats Gaaren-rust voorzien met schoone huizinge, bestaande in een royale coupel met goud leer behangen, aan de regterzijde van dezelve nog een coupel en aan de linkerzijde een ruyme behangen kamer waarin een bedsteede en diverse kassen, allen hunne aangenaame uijtsigten hebbende over het Spaarne en verdere landerijen, etc. Meer agter deeze huijzinge een schone kookkeuken en vatenhok, item een extra schone kelder, boven vier differente slaapkamers, verder een tuinmanswoning, een extra grote biljardkamer, meiden en knegtskamers, stalling voor 4 paarden, koetshuis, schuitenhuis, etc., zijnde voorts de plaats beplant met diverse lanen, bloemparterres, boomgaarden, item een groot gedeelte moesgrond en broeijerij.” Niet inbegrepen waren de zonneschermen aan het huis, de tuingereedschappen, tuinsieraden en perzikkassen. Verder behoorden tot de koop nog de opstal van een pleziertuin met een stenen speelhuis en een prieel aan de zuidzijde van de Lustenburgerlaan, ten oosten van het voorgaande perceel. De vraag is of, in de zeven jaar dat Pieter Vermeulen eigenaar was, hij de buitenplaats belangrijk heeft verbeterd en verfraaid. Hiertegen spreekt dat de verkoopprijs ad 11.200 gulden juist lager was, dan Christina de Clercq er in 1746 voor had betaald.

Bronnen:
B. Sliggers, ‘Buitenplaatsen aan het Zuider Buiten Spaarne, in de rug van de Haarlemmerhout’, in: C. Brinkgreve (red.) Haarlemmerhout 400 jaar. ‘mooier is de wereld nergens’ (Haarlem 1984) 97-137, ald. 130.

Nieuws