Biografische schetsen

  
 

XIc.  Pieter de Clercq Jacobsz (1748-1802) x Agatha Stockelaar

Zoon van Jacob de Clercq (Xb) en Geertruy Margaretha Verbrugge

Pieter de Clercq Jacobsz, geb. Amsterdam 21 maart 1748, ged. (doopsgez.) ald. 19 febr. 1769, † Amsterdam 24, begr. ald. (Noorderkerk) 29 juni 1802, tr. Amstelveen 24 april (ondertr. Amsterdam 6 april) 1770 Agatha Stockelaar, geb. Nieuwer-Amstel 17 maart 1753, ged. (doopsgez.) Amsterdam 18 febr. 1770, † Amsterdam 27 dec. 1781, begr. ald. (Oude Kerk) 2 jan. 1782, dr. van Jan en Aletta van Rixtel.

dC-Pieter_Jacz_-_Beschey-l.jpg

Pieter de Clercq Jaczn en Agatha Stockelaar, door Balthasar Beschey, 1771

In april 1770 trouwde Pieter de Clercq Jacobsz. met zijn geloofsgenote Agatha Stockelaar. Door een ongeval is zij later blind geworden; zij stierf nog voor haar 28ste verjaardag. Pieter is niet hertrouwd.

Hoewel Pieter traditiegetrouw werd opgeleid voor de koophandel, kreeg zijn beroepsleven door zijn huwelijk een andere richting. Agatha was de jongste van drie dochters van Jan Stockelaar (1713-1767), die aan de Amstelveenseweg, bij de Overtoom, de grote en vermaarde katoendrukkerij Het Torentje (of: Buytendruk) bezat. Omdat er geen zoons waren nam Pieter de fabriek over. Het was geen gelukkige keuze; deze ooit zo bloeiende bedrijfstak raakte door vooral buitenlandse concurrentie in ernstig verval en gaf grote verliezen. De ene na de andere fabriek moest de deuren sluiten en uiteindelijk zag in 1792 ook Pieter zich genoodzaakt zijn fabriek te verkopen, waarna deze werd gesloopt. Hieronder twee afbeeldingen van de katoendrukkerij uit omstreeks 1727, toen deze nog eigendom was van Nicolaas van Ommeren. Diens weduwe verkocht de drukkerij acht jaar later aan Agatha’s grootvader.

Twee afbeeldingen uit: Spiegel van Amsterdams Zomervreugd, van Abraham Rademaker, omstr. 1727.

Aan de sluiting van de fabriek in 1792 waren nog heel wat verwikkelingen vooraf gegaan, waaronder politieke. Pieter was een overtuigd patriot en een voorstander van burgerbewapening. Hij werd zelfs kapitein van de burgercompagnie van zijn wijk. In het revolutiejaar 1787, toen troepen van de Pruisische koning naar Holland trokken om er de orde te herstellen, hebben zijn manschappen zowaar nog enige strijd geleverd. De ellende begon echter pas goed nadat de kruit­dampen waren opgetrokken. De Pruisische bevelhebber, de hertog van Brunswijk, vestigde zijn hoofdkwartier in Pieters katoendrukkerij. Gaf dit reeds grote overlast, bij hun vertrek plunderden de soldaten al zijn bezittingen. Volgens een in Parijs gepubliceerde aanklacht werd Pieters woning geheel en al van ‘t kostbaarste dat in ‘t zelve was, beroofd! Men bewees zelfs geen genade aan een schoon Porcelein Servies, ter waarde van zevenhonderd guldens, dat door den Heer Leclerc minder om deszelfs waardij, dan om de hand die ‘t geschilderd had geacht werd!. De totale schade zou meer dan 20.000 gulden hebben bedragen.

Nadat het Torentje was verkocht en gesloopt, werd Pieter directeur-aandeelhouder van een nabijgelegen katoendrukkerij, genaamd Overtooms Welvaren, die werd gefinancierd door een fonds met meest doopsgezinde aandeelhouders, waaronder familieleden. Pieter verhuisde terug naar de stad en werd meer actief voor zijn doopsgezinde gemeente (als diaken, regent van het Oudevrouwenhuis en curator van de Kweekschool) en in het genootschapsleven; zo was hij van 1795 tot 1798 directeur van de afdeling Muziek van de Mij. Felix Meritis. Zelf speelde Pieter viool; in zijn boedelinventaris wordt een viool vemeld, die gemaakt was in het Italiaanse Cremona, vanouds de wereldhoofdstad voor vioolbouwers.


Pieter en Agatha waren ouders van:
1.  
 Geertruy Margaretha de Clercq (1771-1851) x Jean Francois Remi Guion; + Mr. Prof. Mr. Johannes Kinker
2.   Jacob de Clercq (1773-1827)
4.   Hendrik de Clercq (1776-1851) x Mary Ledyard
5.   Gijsbert de Clercq (1778-1851) x Maria de Clercq

 

Nieuws