Genealogie

 
  

Familie Ampe

Roeselare > Haarlem > Amsterdam, 16de - 18de eeuw

Inleiding

Inleiding


Levijna de Clercq († 1652), dochter van de Hollandse stamvader Jacques de Clercq, trouwde in of kort voor 1610 met Abraham Ampe (1587-1633), zoon van Jan Ampe en Margaretha Crommelinck. Abraham zal reeds lang een bekende van zijn schoonfamilie zijn geweest. Levijna’s vader, inmiddels overleden, was in Haarlem de zaakvertegenwoordiger geweest van Abrahams oom Pieter Crommelinck, koopman te Middelburg. En een andere oom, Joos Crommelinck, was door Jacques de Clercq in 1609 op diens sterfbed benoemd tot voogd over zijn nog minderjarige kinderen: de drie jongste broers van Levyna.

Jan Ampe, Abrahams vader, was afkomstig uit Roeselare. Hoewel over de familie Ampe in Vlaanderen nog weinig bekend is, mag uit Jans huwelijk met een dochter van Armand Crommelinck, een vooraanstaande textielfabrikant uit Ingelmunster, worden opgemaakt dat ook de Ampes in de Leiestreek een zeker aanzien genoten.

Abraham had twee zusters. De oudste,  Susanna Ampe († voor 1606), was getrouwd met Cornelis Bom van Cranenburch († 1639), koopman en leraar van de Waterlandse doopsgezinde gemeente te Schiedam. De jongste, Catalina Ampe († 1648/’53) was de vrouw van Pieter van den Broecke, een rijke koopman te Haarlem, aan het Spaarne.

Uit Abrahams huwelijk met Levijna de Clercq werden naast twee jong gestorven kinderen vijf dochters en een zoon geboren. Dochter Elisabeth Ampe (c1625-1706) had als echtgenoot Gerard Kinckhuysen die koopman was maar vooral bekendheid geniet als auteur van een aantal wiskundige werken. Hoewel deze over het algemeen niet van bijzondere kwaliteit waren, werd met name één, te weten 'Algebra ofte Stelkonst' (Haarlem 1661), tamelijk goed ontvangen in Engeland. Nicolaus Mercator vertaalde het in het Latijn en Isaac Newton schreef er een voorwoord bij.

De enige zoon Abraham Ampe junior trouwde in 1642 met Levina Bon, dochter van een bekende doopsgezinde brouwersfamilie. In de Koninklijke Bibliotheek bevindt zich een gedichtenbundel dat voor dit huwelijk werd gemaakt. Behalve koopman werd Abraham ook zelf brouwer; zijn brouwerij De Halve Maen stond op de Korte Scheepmakersdijk. In compagnie met zijn ooms Jacques en Pieter de Clercq handelde hij in pot- en weedas, over welke samenwerking zij later grote onenigheid kregen. In 1661 ging Ampe failliet en werden al zijn bezittingen verkocht.
Zijn kinderen vestigden zich in Amsterdam en lijken daar sociaal te zijn afgezakt.
In de achttiende eeuw is de familie uitgestorven.

Literatuur:
- T. Oskam, ‘Een speurtocht naar de Doopsgezinde Levina van Leent en haar voorgeslacht in Haarlem’, in: De Nederlandsche Leeuw 118 (2001) 601-657
- C.M.P.M. Kempenaers, 'Som new data on Gerard Kinckhuysen', in: Nieuw Archief voor Wiskunde, 4e serie (1990) 243-250.

 

Links:
- Online uitgaven van enkele van Gerard Kinckhuysens wiskundige werken; klik hier

Genealogie

Genealogie

I.   

Joos Ampe, won. Roeselare, tr. N.N.

 

II

Jan Ampe, geb. Roeselare, koopman te Haarlem, † ald. na 13 juni 1612, tr. Margaretha Crommelinck, dr. van Armand Crommelinck en Susanna de Wale Joosdr.

  1. Abraham Ampe, volgt III.
  2. Susanna Ampe, † vóór 25 aug. 1606, tr. Cornelis Cornelisz. Bom van Cranenburch, koopman te Rotterdam, leraar Waterlandse gemeente te Rotterdam / Schiedam, won. Rotterdam in de Hoogstraat (1634), over Den Doel (1639), begr. Rotterdam 3 april 1639, zn. van Cornelis Pietersz. Bom, hij hertr. Rotterdam (voor schepenen) 17 april 1607 Weyntgen Cornelisdr. Keysers.
  3. Cathalina Ampe, † tussen nov. 1648 en dec. 1653, tr. omstr. 1605 Pieter van den Broecke, koopman te Haarlem, won. ald. op het Spaarne, liet bij overlijden vier huizen en drie kalkovens buiten de Schalkwijkerpoort na, † Haarlem febr. 1621.

III.    

Abraham Ampe, geb. omstr. 1587, brouwer in de Twee Cronen (met het Cruijs) op de Bakenessergracht, in compagnie met Hans de Ries jr. 1617-1618, lakenkoopman en vanaf 1629 askoopman in compagnie met Jacques en Pieter de Clercq, eigenaar van blekerijen te Bennebroek en van de buitenplaats ‘Duin en Berg’ te Velsen, † 1 nov., begr. Haarlem (Grote Kerk) 5 nov. 1633, tr. vóór 14 sept. 1610 Levijna de Clercq, geb. Gent, zet na overlijden van haar man de textielhandel voort, † [Haarlem 25 juli 1652], dr. van Jacques de Clercq en Passchijntgen Grijspeert.
Uit dit huwelijk:

  1. Jan Ampe, ws. begr. Haarlem (Grote Kerk) 17 feb. 1613 (een kind van Abraham Ampe.)
  2. Margaretha Ampe, lid Doopsgez. gem. Utrecht 9 aug. 1649, † Utrecht 21 aug. 1677, tr. Haarlem voor schepenen 30 okt. 1633 Anthonis Verbeeck, lid Doopsgez. gem. Utrecht 3 mei 1646, † Utrecht. 15 aug. 1652, zn. van Jacob Verbeeck en Maria Anthonisdr. van Houten.
  3. Abraham, volgt IV.
  4. Een kind, begr. Haarlem 10 sept. 1633
  5. Jacomijntie Ampe, geb. Haarlem omstr. 1616, vermeld als lid van de Doopsgez. gemeente Utrecht 9 aug. 1649, † Utrecht 1 april 1707, tr. 1e Haarlem (voor schepenen) 15 feb. (att. gegeven Utrecht 4 feb.) 1643 Jacob Verbeeck, geb. Utrecht, zijdekoper ald., † Utrecht 8 jan. 1669, begr. ald. (Buurkerk, met 12 dragers), zn. van Jacob Verbeek en Maria Anthonisdr. van Houten, en weduwnaar (sinds sept 1642) van Catharina Terwe; tr. 2e (ondertr. Utrecht 20 juni) 1685 Thomas Terwen, geb. Dordrecht vóór 1620, won. Utrecht (1642), zijdereder ald., bezit een hofstede te Werkhoven (1689), † maart-sept. 1693, zn. van Hendrik Terwen en Agatha van Wesel; weduwe van Segerina Verbeeck.
  6. Elisabeth Ampe, geb. omstr. 1625, begr. Haarlem (Grote Kerk) 25 mei 1706, tr. 1e Gerard (Gerrit) Kinckhuysen, geb. omstr. 1625, koopman en uitgever van wiskundige werken, begr. Haarlem (Grote Kerk) 21 aug. 1666, zn. van Gerrit Kinckhuysen en Margriete van Maseyck; tr. 2e ald. 29 sept. 1668 Govert van Leent, geb. Haarlem, begr. ald. (Grote Kerk) 22 april 1683, zn. van Gerrit Pietersz van Leent en Gijsbertje Govertsdr van Kempen.
  7. Susanna Ampe, tr. Haarlem (voor schepenen) 19 feb. 1651 Johan Bruyningh de Jonge, koopman te Londen.
  8. Maria Ampe, Haarlem omstr. 1630, begr. Grote kerk 25 nov. 1673, tr. Haarlem (voor schepenen) 27 feb. 1656 Pieter van Leendt, geb. Haarlem ca. 1628, koopman in Haarlem en Amsterdam, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) 28 sept. 1679, zn. van Gerrit Pietersz van Leent en Gijsbertje Goverts van Kempen, hij hertr. Amsterdam (ondertr. 13 juli) 1674 Agatha Verbeeck.

IV.    

Abraham Ampe, brouwer in de brouwerij “De Halve Maen” op de Korte Scheepmakersdijk te Haarlem, koopman, ondermeer in pot- en weedas in compagnie met zijn ooms Jacques en Pieter de Clercq 1640-, failleerde 1661, tr. 1e Haarlem (voor schepenen) 5 jan. 1642 Levina Bon, geb. Haarlem, dr. van Jacob Pietersz Bon en Mayken Double; tr. 2e Haarlem (voor schepenen) 9 aug. 1654 Elisabeth van Meeckeren, geb. Haarlem, begr. Amsterdam (Westerkerk) 10 sept. 1703, dr. van Cornelis van Meeckeren en Maria Vlaming en wed. van Jacob Bon.
Uit het eerste huwelijk:

  1. Abraham Ampe, makelaar te Amsterdam (ingeschreven) 6 jan. 1668 - 15 sept. 1687, tr. N.N.
  2. Jacob Ampe, [tr. 1e Elisabetha Popta; tr. 2e (ondertr. Amsterdam (kerk) 6 jan. 1685 Dirckje Dirx de Groot, wed. Pieter Werkin]
  3. Jan Ampe, tr. 1e Cornelia Adriaans, tr. 2e (ondertr. Amsterdam (kerk) 17 maart) 1691 Jannitje Jans
    Uit dit huwelijk nageslacht
  4. Rogier Ampe
    Uit het tweede huwelijk:
  5. Maria Ampe, begr. Haarlem 19 juni 1656.    

Nieuws